Onze sponsors
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow

SINTE GODELIEVE VAN GISTEL

(St Godelieva, St. Godeleva, St Godoleva, St. Godliva)
Feestdag : 6 juli

godelieve2aLeven en legende:

Godelieve werd omstreeks 1050 geboren in een adellijk gezin op het slot Londefort in Wierre-Effroy in Artesië (Fr). Ze kreeg er een degelijk en christelijk georiënteerd onderwijs. In het vervaardigen van fijn lijnwaad was er niemand die haar in behendigheid overtrof.
In het geheim deelde ze aalmoezen en voedsel uit aan de armen. Het was zo erg dat de koks zich bij haar vader Heimfrid bekloegen dat er regelmatig grote hoeveelheden voedsel verdwenen uit de slotkeuken. Men hield een oogje in het zeil en betrapte Godelieve toen ze een hoop mondvoorraad in haar schort verstopte. Betrapt moest ze haar schort openen maar men vond er alleen houten spaanders in.

Dit alles kwam haar vader te horen, de moed om haar te vermanen had hij niet, maar hij vroeg haar wel een beetje spaarzamer om te gaan met de voorraden. Eens was er groot feest op het slot, de bisschop van Doornik, de graaf van Vlaanderen en nog tal van edelen kwamen op bezoek. De armen uit de streek hadden gezien dat er op het slot iets ongewoons stond te gebeuren en ook zij trokken naar het slot. Godelieve liet haar hart spreken en gaf aan hen spijzen die voorzien waren voor het hoge gezelschap. Bij het zien daarvan raakte het keukenpersoneel in paniek en liet heer Heimfrid roepen, deze keer was hij echt kwaad.
Godelieve echter sloeg haar ogen neer en bad tot God en toen het uur van het feestmaal aangebroken was bevond er zich in de keuken weer voldoende voedsel om iedereen te spijzen. Godelieve groeide op tot een mooie slanke schoonheid . Niet te verwonderen dat graaf Bertolf van Gistel om haar hand vroeg. Nadat ze een eerste keer geweigerd had riep Bertolf de hulp in van de bisschop en de graaf van Vlaanderen die vader Heimfrid onder druk zette, waarop Godelieve om haar vader een plezier te doen toch toegaf.

Islinde, de moeder van Bertolf was echter jaloers op de mooie Godelieve en behandelde vanaf het begin haar schoondochter vijandig en noemde haar spottend "de kraai" vanwege haar zwarte haren. Niet van plan om het beheer over het huishouden af te staan zette zij zowel de dienstboden als haar zoon tegen de jonge vrouw op. Bertolf werd alsmaar norser en stuurser tegenover haar en ze kreeg de meest vernederende taken opgelegd. Zo moest ze eens de kraaien van het veld verjagen want zei Islinde, de ene kraai zal de andere wel kunnen verdrijven. Toen ze weer eens de kraaien moest verjagen hoorde ze het klokje luiden van een nabij gelegen kerkje, ze dwong de kraaien in een schuur te gaan en daar te blijven tot haar bezoek aan het kerkje voorbij zou zijn. De kraaien gehoorzaamden haar. Twee jaar hield Godelieve de vernederingen vol en toen besloot ze te vluchten samen met een dienstbode.

Als bedelaressen, bijna onherkenbaar kwamen ze op het ouderlijke slot in Londefort aan. Haar vader was woedend en wendde zich tot de graaf van Vlaanderen. Deze echter verwees hem door naar de bisschop van Doornik. De bisschop zei dat het huwelijk niet ontbonden kon worden en dat Godelieve terug naar heer Bertolf moest. Bertolf kreeg wel een stevige vermaning, maar was daardoor in zijn eer gekrenkt en hij kwelde Godelieve nog meer.

Omdat hij een tweede ontsnappingpoging vreesde liet hij haar tijdens zijn afwezigheid door twee knechten door wurging met een halsdoek vermoorden. Haar lichaam werd in een vijver gesmeten zodat het op een natuurlijke dood leek. Bertolf en zijn moeder huichelden verdriet en lieten Godelieve begraven in de kerk van Gistel.

Al snel na haar dood gebeurden er wonderen aan de vijver, wie van het water dronk werd genezen van keelpijn en oogziekten. Na de rouwperiode hertrouwde Bertolf met een wereldse juffrouw uit Brugge. Samen kregen ze een dochtertje Edith dat echter blind geboren werd. Af en toe hoorde het meisje in bedekte termen door de dienstboden vertellen over Godelieve en dit maakte haar nog nieuwsgieriger.
Groter geworden verscheen Godelieve haar en beloofde haar dat ze weer zou kunnen zien als ze haar ogen zou wassen aan de vijver. Edith deed dit en kon voor het eerst zien. Bertolf was door het wonder wel ontroerd maar slechts een tweede wonder bracht hem tot inkeer.godelieve3a

Op zekere dag stuurde Bertolf een dienaar met een pas geweven lijnwaad naar de stad om er een hemd van te laten maken. Onderweg hield een jonge vrouw hem tegen en zei dat ze een goede bekende was van Bertolf en dat ze er wel voor zou zorgen dat het een mooi hemd zou worden. De dienaar liet zich overtuigen, keerde terug en vertelde alles aan Bertolf. Deze aanhoorde het verhaal en liet zich de vrouw beschrijven. Hierbij kreeg hij het steeds benauwder want volgens de beschrijving kon dit niemand anders zijn dan Godelieve, zijn eerste vrouw.
Hij stuurde zijn dienaar onmiddellijk terug. Deze wist niet wat hem overkwam, maar gehoorzaamde. Na een tijdje zag hij de jonge vrouw weer deze glimlachte en zei : " Hier zie, het hemd, laat het maar aan uw meester zien." Daarna verdween ze. Terug op het kasteel herkende Bertolf de wonderlijke fijne steek die Godelieve vroeger steeds aan het linnen gaf.

Nu kreeg Bertolf berouw, hij biechtte zijn misdaden, deed het bewuste hemd aan en trok op boetetocht naar Rome om er vergiffenis te vragen voor zijn wandaden. Daarna trad hij in bij de benedictijnen in de abdij van Sint Winoksbergen en verbleef er tot aan zijn dood.

Patrones van:

leurders, kleermakers, naaisters, linnenfabrikanten.

Aanroepen tegen:

boze schoonmoeders, echtelijke ruzies, oogziekten, koorts, keelpijn, krop.

Attributen en afbeeldingen:godelieve1a
  • in adellijke kledij met rond haar hals of in haar hand een wurgdoek of een strop.
  • meestal bevindt zich naast haar een put, soms zit daar een of meer kraaien op.
  • met martelaarspalm, een kroon, een stuk brood.
    terwijl twee knechten haar wurgen.
  • met vier kronen (maagdelijkheid, echtgenote, weduwe, martelares)
  • terwijl ze het naadloze hemd toont dat ze voor haar man maakte.
Weerspreuken:

•Regen op Sinte Godelieve, zal je zes weken gerieven.
•Als het op Sinte Godelieve regent, vult ze haar putje voor veertig dagen.

Bronnen:

•"De heiligen." Stijn van der Linden, Uitg. Contact, Antwerpen 1999
•"Vroom Vlaanderen." Jaak Venken, Uitg.’t Kandelaartje, Hasselt 1999
•"Beschermheiligen in de lage landen." Jo Claes, Alfons Claes, Kathy Vincke, Uitg. Davidsfonds Leuven, 2006

Tekst: Johan P

Terug naar boven

Naar lijst der heiligen van de maand