Onze sponsors
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow

SINT EVERMARUS VAN RUTTEN

Feestdag: 1 mei

evermarusmeia Voorwoord:

Elk jaar op 1 mei wordt in Rutten bij Tongeren het in ons land enige nog bewaarde mysteriespel ter ere van de heilige Evermarus opgevoerd. Die dag stromen duizenden bedevaarders en toeristen naar dit kleine Limburgse dorp. Bijna alle deelnemers aan het spel zijn lid van de aloude Broederschap van Sint Evermaar en inwoners van Rutten. Deze broederschap beschouwt het als een grote plicht om het spel jaarlijks te vertolken. Alleen onder de Franse revolutie en tijdens de twee wereldoorlogen werd het mysteriespel niet opgevoerd. In het jaar 2000 zou het voor de 1031 ste keer opgevoerd zijn. Tijdens het spel vertolken de spelers het leven en de lotgevallen van de heilige zoals we het hieronder zullen vertellen.

Leven en legende:

Evermarus werd halfweg de 7 de eeuw geboren uit een adellijk geslacht in Friesland. Reeds zeer jong nam hij het besluit zijn leven in dienst te stellen van Christus.
Met zeven gezellen ondernam hij verschillende pelgrimstochten. Toen hij op een terugreis van Santiago de Compostela was besloot hij om ook een bezoek te brengen aan het graf van de heilige Servatius in Maastricht, maar tijdens een mistige avond verdwaalden ze in de Haspengouwse bossen. In Herstappe woonde roofridder Hacco, alom gevreesd omdat hij met zijn trawanten dikwijls, maar meestal ’s nachts, op rooftocht trok en ook wel pelgrims durfde aan te vallen en te vermoorden.

Juist in deze burcht vroegen Evermarus en zijn gezellen om onderdak. De gastvrouw ontving hen vriendelijk, gaf hen te eten en te drinken, enkele uren onderdak en drukte hen op het hart om voor het aanbreken van de nieuwe dag te vertrekken want dan, zei ze, zou de hardvochtige roofridder Hacco zoals steeds van zijn nachtelijke rooftocht weer keren. Alzo geschiedde. Toen Hacco terug thuis was vernam hij van één van zijn dienaren dat er vreemden op bezoek geweest waren. Hij was woedend op zijn vrouw want niemand mocht zijn land of erf betreden zonder de gebruikelijke tol te betalen. Met zijn trawanten zette hij de achtervolging in en vond hen in een bos in de omgeving van Rutten terwijl ze even uitrustten onder enkele bomen en dronken aan een bron.

koperenschrijnteburtscheidakena

 koperen schrijn van Burtscheid-Aken
waarin het hoofd van de martelaar wordt bewaard

Hacco verweet hen dat ze geen tol betaald hadden om door zijn gebied te trekken en vermoordde hen allemaal zonder hun lichamen te begraven. De jongste pelgrim wist even te ontsnappen maar werd vlug gevat en gedood.

Enige dagen later was Pepijn van Herstal met zijn gevolg op jacht in de Ruttense bossen. Zij vonden de vermoorde pelgrims. Het was ongehoord lijken van mensen te laten liggen onder de blote hemel. Ze groeven een graf en plaatsten daarin de dode lichamen. Het viel op dat één dode mooier gekleed was dan de anderen. Van deze braken ze zijn schild en legde de ene helft ervan onder zijn hoofd en de andere helft op zijn gezicht waarna ze het graf dicht gooiden.

Twee eeuwen later, Rutten was ondertussen een dorp geworden kreeg Ruzelinus pastoor van Rutten op 1 mei een visioen, een engel maande hem aan het lichaam van Evermarus te ontgraven. De pastoor had nog nooit horen spreken van deze man en deed dus niets. Ook aan een tweede oproep van de engel gaf hij geen gevolg. Toen hij ook de derde oproep negeerde werd hij door de engel gegeseld. Ten einde raad vertelde hij aan de bisschop wat hem overkomen was en toonde als bewijs zijn geselwonden. Daarop gaf de bisschop toestemming om een opgraving te doen op de plaats die de engel had aangewezen. Weldra vond men het lichaam van Evermarus, nog steeds bedekt met zijn half schild.

kerkteruttena
Kerk te Rutten


De stoffelijke resten van Evermarus kregen een ereplaats in de parochiekerk van Rutten en op de plaats van zijn graf bouwde men een kapel. Tussen de dragers die het lichaam van Evermarus naar de parochiekerk brachten was er ene die erin geslaagd was een tand van de heilige te stelen, hij dacht dit kostbare relikwie later voor veel geld te verkopen in Hoei. Dat viel echter lelijk tegen, onderweg naar Hoei stuikte hij zonder reden neer en werd door zo’n hevige dorst gekweld dat hij dreigde te stikken. De man zag zijn fout in en vroeg vergiffenis aan Sint Evermarus. Weldra voelde hij zich weer beter en begaf zich terug naar Rutten om zijn misdaad te herstellen.

Aanroepen tegen:

 kwade koorts bij mens en dier.

Afbeelding en attributen:
  • als pelgrim met palmtak en kroon.
  • als pelgrim in een lang bruin kleed met riem en rozenkrans. In de ene hand de pelgrimstaf met kalebas in de andere een martelaarspalm, soms zijn sint Jacobsschelpen bevestigt op zijn kledij.
Anekdoten:

•Eens zat een bisschop van Tongeren aan tafel met enkele geestelijken en werd er gepraat over Sint Evermarus van Rutten. Er ontstonden twee partijen, sommigen geloofden in het verhaal van zijn leven en in de mirakelen die er gebeurden op zijn graf, anderen vonden het allemaal als een misplaatste vorm van geloof. Tot deze laatsten behoorden een zekere Adulphus. Hij was al een hele tijd lam. Om de discussie voor eens en altijd te beslechten liet hij zich door degenen die wel in Evermarus geloofden overhalen om een pelgrimstocht naar Rutten te maken. Op het graf van Evermarus werd hij overvallen door vreselijke zelfs onmenselijke pijnen, maar na een tijdje voelde hij zich al veel beter en even later was zijn lamheid verdwenen. Van toen af getuigde hij “Sint Evermarus is een machtige geneesheer, maar hij is streng bij het kastijden”.
•Een andere keer dreef een vrouw die geen respect had voor de heilige plaats waar Evermarus gedood werd juist hier haar schapen bijeen om ze te scheren. Reeds bij het eerste schaap kwetste ze zich heel erg met de scherpe punt van de schaar. De wonde genas nooit meer en tot aan haar dood leed ze hevige pijnen.
•Op een dag was een man met een ossenspan onderweg. Toen hij in de bossen van Rutten kwam zag hij op een open plek een kudde herten die een vreemd spel speelden. De anders zo schuchtere dieren waren helemaal niet bang, integendeel de man kreeg schrik en probeerde snel door te gaan. Hij werd echter door een hert ingehaald. Het sprak: “ Wees niet bang, wij zijn door God gezonden naar deze plaats om Evermarus, die hier de marteldood gestorven is te eren.”

Bronnen:

•"Vroom Vlaanderen", Jaak Venken, uitg.’t Kandelaartje 1999.
•"Dagkalender van Alle Heiligen", Ghislain Truyens, Raymond Rutten, uitg. Book & Media Publishing 2001
•Tijdschrift: Nieuws uit Limburg 1960

Tekst: Johan P

Terug naar boven

Naar lijst der heiligen van de maand