Onze sponsors
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow

SINTE GEERTRUI EN DE KAARTRIDDER VAN HEPPENEERT

gertrudiskleuraLeven en Legende :

Eens stond te Heppeneert een machtig slot. Daarin woonde ridder Riddart, graaf van Borkhoff met zijn vrouw en enig dochtertje. De edelman was goed voor zijn onderdanen en door iedereen geëerd. Onverwacht stierf echter zijn nog jonge vrouw. Van heinde en verre kwamen hoge geestelijken en kasteelheren om hun leedwezen te betuigen. Maar na de plechtige begrafenis bleef de ridder alleen achter in het ruime kasteel waarvan, ”met zijn vrouw”, de ziel gestorven was.
Niet opgewassen tegen zo’n groot verdriet zocht de ridder troost in drank en het kaartspel. Hij, die eens een voorbeeld was van deugd en riddereer, geraakte al vlug aan lager wal. Gedreven door speelzucht verloor hij al gauw zijn fortuin, moest één voor één zijn landerijen verkopen en ten laatste ook zijn kasteel verpanden. Zijn dochtertje zag het allemaal gebeuren en smeekte haar vader op te houden met zijn verspilzucht maar niets hielp. De ridder vervloekte God die volgens hem de oorzaak was van al zijn ellende. Hij zadelde zijn paard en reed de nacht in. Plots bleef zijn paard staan. Midden op een bruggetje bevond zich een zwarte gedaante.

duivela1De ridder herkende Reinald, zijn vriend, die zo vaak met hem aan het kaartspel zat en altijd won. “Ik ben Reinald,” zegde hij, “gezonden door Lucifer, mijn meester. Als je dit document tekent met uw eigen bloed zal ik U de volgende zeven jaren alles wat je maar wensen kunt geven aan geld en goed dit voor uw ziel die ge me daarmee ruilen moet.” Dit klonk de ridder als muziek in zijn oren; zonder nadenken tekende hij met zijn eigen bloed het document dat de duivel hem voorhield.

Terug in zijn kasteel gekomen zag hij dat het er weer uitzag als toen hij nog rijk was en nog in weelde leefde. Alleen in de slotkapel was niets veranderd, het was er kil en koud, er brandde slechts een klein kaarsje voor het beeld van Sinte Geertrui. Hij had het beeld ooit geschonken aan zijn vrouw en ze had het steeds gekoesterd als een lievelingsgeschenk. Nu durfde hij het beeld niet aankijken, hij schaamde zich voor zijn vrouw en ook een beetje voor zijn dochtertje. Met een smak smeet hij de deur dicht en zou er de eerst volgende jaren niet meer komen en vluchtte naar zijn kamer, daar vond hij een geldkist met veel goud en zilver.
De bewoners rond de burcht zagen de volgende jaren dat er weer veel feesten en braspartijen gehouden werden. Zij schudden wijselijk het hoofd. Zij begrepen niet hoe het allemaal kon en hadden medelijden met het groter wordende dochtertje dat bleek en tenger haar eenzame weg ging in het kasteel en troost zocht in gebed en boete.

Iedere avond offerde ze een kaars aan Sinte Geertrui, juist zoals ze vroeger haar moeder had zien doen. Maar de zeven jaren van uitzonderlijk vermaak gingen vlug voorbij en opeens was de dag daar waarop de ridder zijn tol aan de duivel moest betalen. Voor een laatste maal nodigde hij zijn vrienden, en dat waren er veel, uit op een groot feest. Even voor 12 uur stond Riddart op. Hij was ditmaal niet dronken, met kalme en rustige stem verklaarde hij aan de gasten dat het zijn afscheidsfeest was, dat hij 7 jaren geleden zijn ziel aan de duivel had verpand en dat het ogenblik van afrekenen was gekomen. Nog een laatste maal zou hij het glas heffen. Het werd doodstil in de zaal. Toen stond een oude ridder recht, die niemand scheen te kennen. Hij hief de beker op en met krachtige stem verzocht hij zijn gastheer om met hem een beker te willen drinken ter ere van Sinte Geertrui. Even dacht Riddart aan zijn vrouw en dochtertje dat zoveel in de slotkapel verbleef, een plaats waar hij al zeven jaren niet meer geweest was. Spontaan gehoorzaamde hij en dronk in één teug zijn beker leeg, wreef met zijn mouw zijn mond droog en vertrok zonder nog één woord te zeggen, iedereen verbijsterd achter latend.

geertruiendekaartriddera1Hij zadelde zijn paard en zijn ridderwoord getrouw, reed hij in galop naar zijn afspraak met de duivel. Bij het brugje gekomen trad uit de donkerte de duivel hem tegemoet met in zijn hand een opgerold document, hun overeenkomst. In zijn andere hand hield hij een zwaard, zwaar en sterk genoeg om de ridder met één slag te doden.
Maar wat was dat ? De duivel durfde niet naderbij komen. Hij begon te kronkelen en te kermen, het zwaard viel uit zijn hand en neerliggend voor de poten van het paard jammerde hij ; “Jaag die heks weg, achter U op het paard, zolang zij daar is kan ik niets doen.
Verwonderd keek de ridder om, achter hem op het paard zat Sinte Geertrui die hem bemoedigend toeknikte. Een hemelse vreugde vervulde de ridder toen hij zag hoe de duivel met zijn handen het document verscheurde en de snippers opwierp naar Sinte Geertrui en toen verdween in een verpestende wolk van solfer. Met Sinte Geertrui achter zich reed hij terug naar zijn burcht.

Aan de slotpoort stond zijn dochter te wachten. De gasten waren verdwenen. In de zaal en woonvertrekken waren de vuren gedoofd. Alleen in de slotkapel brandde er licht, zo fel alsof het leek dat daar alle toortsen van de ganse burcht waren samengebracht. Met zijn dochter aan de hand ging hij naar de kapel. Sinte Geertrui had weer haar plaats ingenomen op het stenen voetstuk, juist alsof er niets gebeurd was.
De ridder knielde neer en na zeven jaren kon hij weer bidden en om vergiffenis vragen. Hij voelde hoe het onzichtbare achter hem stond en hem zou blijven steunen.

Vanaf die dag veranderde Riddart zijn leven. Zijn dochter trad in het klooster om zich gans aan God te wijden. Zelf werd hij weer de nobele ridder van weleer, geacht en bemind door zijn onderdanen. Toen hij op hoge ouderdom stief, werd hij begraven naast de kerk van Heppeneert. Op zijn graf beitelde men drie harten, één voor zijn vrouw, één voor zijn dochter en één voor hemzelf en daarnaast een kruis van vijf kleine kruisjes, zoals ze voorkomen op een speelkaart van klaverenvijf.

Er bestaat een variante op deze legende.

sintgertrudiskerkgruitrodea
    De Sint-Gertrudiskerk te Gruitrode

Hierin is het de ridder die verliefd was op Gertrudis, die, toen deze in het klooster getreden was zijn verdriet niet te boven kwam. Voortdurend zocht hij haar op binnen de kloostermuren en besteedde heel zijn fortuin om de religieuze gemeenschap te steunen. Toen zijn geld op was verscheen de duivel en deed hem in ruil voor zijn ziel het perkament ondertekenen met zijn bloed. Ook deze ridder geraakte op het slechte pad omdat zijn liefde voor Geertrui niet beantwoord werd.
Toen de zeven jaren om waren ging hij nog eenmaal naar het klooster om afscheid te nemen, de abdis ontving hem vriendelijk en liet hem bij het afscheid de Sint Geertrui-beker drinken. De ridder zette de beker aan zijn mond en dronk hem in één keer uit. Terstond dwarrelden uit de hemel de snippers van het verscheurde document. Na deze hemelse ingreep beterde ook deze ridder drastisch zijn leven en trad hij in, in het mannenklooster te Nijvel en leefde er tot aan zijn dood als een heilige.

Bronnen:

•"Sint Gertrudis” Hans Geybels, uitg. Het streekboek, 1998
•"Vroom Vlaanderen “, Jaak Venken, uitg. ’t Kandelaartje 1999

Tekst: Johan P.

Terug naar boven

Naar lijst der heiligen van de maand