Onze sponsors
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow

SINT ACHATIUS.

Feestdag: 22 juni (soms 08 mei)

Leven en legende:
 

Achatius is waarschijnlijk de minst gekende van de noodhelpers. Hij werd geboren in de eerste eeuw na Christus in Cappadocië (Turkye) als zoon van een heidenvorst. Groot zijnde werd hij samen met 9.000 van zijn soldaten door de Romeinse keizer Hadrianus aangeworven voor een veldtocht in Klein Azië. Engelen beloven Achatius de overwinning op voorwaarde dat hij tot Christus bidt.
Na zijn zege gaat hij met zijn soldaten naar de berg Ararat voor onderwijs in het christendom en zweren ze allen het heidendom af, laten zich dopen en weigeren voortaan te offeren aan de Romeinse goden en de christenen te vervolgen.
Keizer Hadrianus is hiermee niet gediend en laat hen allen gevangen nemen en folteren. Achatius wil men stenigen, maar de stenen ketsen af, men wil hem slagen met brandende toortsen maar de beulen verbranden hun handen. Hij moet over spijkers en voetklemmen lopen doch kwetst zich niet. Samen met zijn gezellen wordt hij in de doornstruiken gespiest en tenslotte gekruisigd terwijl ook nog zijn ogen worden uitgestoken. Dit alles zou gebeurd zijn in de omgeving van de berg Ararat.

Aanroepen:

bij doodsangst, zware ziekten, chronische pijnen, bij sterke twijfel, in uitzichtloze situaties.


Afbeeldingen en attributen:
  • meestal samen met de andere noodhelpers en Maria in hun midden
  • als soldaat met een doornstruik of doorntak.
  • als soldaat gekruisigd en omgeven met doornen.
  • enkel met een lendendoek om in een doornstruik.
  • met een zwaard, lans, vaandel. (hij was een officier)
  • met een boor.(hiermede zouden zijn ogen uitgestoken zijn.) 
Relikwieën of relieken.

Het was vroeger een hele eer als een kerk of kloostergemeenschap een echte “relikwie" kon bemachtigen van een heilige, liefst natuurlijk van de eigen patroonheilige. Dikwijls werden zij geschonken door de toen "machtigen der aarde ", nl. de koning, de paus, de kasteelheer of vrouwe, de graaf, een kruisvaarder enz. een zeldzame keer werden zij meegebracht door een bedevaarder die naar het " heilig land" geweest was of naar het graf van de heilige.
Eens in het bezit van zo'n relikwie werd zij bewaard in een reliekschrijn, het ene al prachtiger dan het andere. Het reliekschrijn werd dan tentoongesteld in de kerk. In de meeste kerken alle dagen, in andere slechts één of enkele dagen per jaar, bijvoorbeeld op feestdag van de patroonheilige. Ook in de jaarlijkse processie werd het meestal meegedragen. Het lokte bedevaarders naar de kerk en deze zorgden dan weer voor offergaven d.w.z. inkomsten voor de kerk. Af en toe werden deze inkomsten ook gebruikt om het reliekschrijn of de kerk nog te verfraaien.
De mensen van toen hadden meer vertrouwen in de geneeskracht van de heiligen dan in die van de chirurgijns en bovendien waren de heiligen een stuk goedkoper. Men geloofde dat de heilzame kracht van de heilige was achtergebleven in zijn of haar stoffelijke resten of in de kleding die zij in hun leven gedragen hadden. Relieken bleken ook vaak de wonderen (genezing, hulp in nood, enz) te veroorzaken die men ervan verwachtte.
Dikwijls verbond de kerk aan de verering ervan ook aflaten of kwijtschelding van zondestraffen, zodat men al kon investeren in zijn hemelse zaligheid. Dit alles verhoogde natuurlijk de aantrekkingskracht van de plaatsen waar de relieken bewaard werden.
 

Men onderscheidt vier soorten relieken:
 

1. het gehele lichaam van de heilige.
2. een deel ervan zoals: hoofd, hand, vinger,botfragment, schedel enz.
3. voorwerpen die door de heilige zijn aangeraakt of een stukje van klederen die hij ooit gedragen heeft.
4. voorwerpen die in aanraking zijn geweest met het schrijn waarin de stoffelijke resten van de heilige bewaard werden.


Er bestond een oud kerkelijk voorschrift dat bepaalde dat een kerk waarin de eucharistie gevierd werd een reliek moest bezitten, hoe klein ook bv. een stukje haar. Zo ontstond er een handel in relikwieën, ze konden officieel overgebracht worden als schenking, soms werden ze gekocht, ja zelfs gestolen al of niet onder het mom dat ze op de nieuwe plaats veiliger of meer gewaardeerd waren. Natuurlijk ontstonden er zo misbruiken en waren er soms twee of meerdere kerken die bijvoorbeeld beweerden het " hoofd" van dezelfde heilige te bezitten.
Zo zie je op de afbeelding hoe de heilige Blasius, die we voorgaande maand bespraken er zou uitgezien hebben als men zijn lichaam (geraamte) zou wedersamenstellen met al de relikwieën die men beweert van hem te bezitten in de verschillende kerken.
Om deze misbruiken tegen te gaan, dragen de laatste 200 jaren de relikwieën een bewijs van echtheid, dikwijls is dit een lakzegel of een bijhorend document met veel geldigheidsstempels.

Bronnen:

•" De heiligen " Stijn van der Linden. Uitg. Contact. Antwerpen 1999
•" De weg naar de hemel " Henk van Os, Utrecht 2000

Tekst: JP

Terug naar boven

Terug naar lijst noodhelpers