Onze sponsors
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow

SINTE BEGGA VAN ANDENNE

(St Begge, St Bega, St Bee, St Begghe)
Feestdag : 17 december

begga4aLeven en legende :

Begga werd midden in de 7de eeuw geboren als dochter van Pepijn van Landen een Frankische hofmeier en van de Heilige Iduberga of Ida van Nijvel.
Zij was de zuster was van de H.Gertrudis van Nijvel .
Zij huwde met Ansegisel zoon van Arnold van Metz eveneens een Frankische hofmeier en vriend van haar vader. Deze Arnold zou later bisschop van Metz worden. Een van hun kinderen was Pepijn II van Herstal, deze is de vader van Karel Martel, de stichter van het Karolingsche vostenhuis met als meest bekende persoon Karel de Grote.

Op een van zijn jachtpartijen vond Ansegisel een klein verwaarloosd kind. Hij nam de vondeling mee naar zijn paleis en voedde hem samen met Begga op als hun eigen kind. Het aangenomen kind werd gedoopt en kreeg de naam Gunduinis, het zou zich echter als een Judas gedragen want Ansegisel werd door hem wegens jaloersheid tijdens een andere jachtpartij gedood.
Ook hertogin Begga werd door hem met het leven bedreigd, doch zij kon op wonderbare wijze tijdig vluchten.

Na de dood van haar man aanvaardde Begga de weduwesluier, voortaan zou zij haar leven uitsluitend wijden aan de dienst van de Heer.
Tijdens een pelgrimage naar Rome werd Begga met veel eerbetoon door paus Adrianus ontvangen. Bij het graf van de H.Petrus beloofde ze dat ze als ze gezond in haar land zou weerkeren ze zeven kapellen zou bouwen ter ere van de zeven Roomse kerken.

Terug thuis wilde ze haar gelofte houden en zocht een plaats om deze kapellen te bouwen. In de omgeving van Andenne zag ze plots een kip met zeven kuikens de weg over steken. Ze aanzag dit als een teken van God en besloot hier haar kapellen te bouwen. De zeven kapellen werden onderling met elkaar verbonden en zo ontstond één grote kerk met zeven torens. Nabij deze kerk ontsprong een fontein: in de zomer gaf ze fris water in de winter warm water.
Ze stichtte er ook een klooster, hiervan werd ze abdis en stierf er omstreeks 698

Patrones van de Begijnen

begga2aAlhoewel ze niets met de begijnen te maken heeft wordt ze sedert de 15de eeuw onterecht beschouwd als de stichteres van de begijnhoven. Hiervoor zijn er twee verklaringen.
Het heeft waarschijnlijk te maken met de klankovereenkomst van haar naam met de in de 12de eeuw gebruikte scheldnaam li beges (de beige vrouwen, de kleurlozen) naar het grauwe gewaad dat de begijnen droegen.
Deze scheldnaam werd door de begijnen stilaan als een eretitel beschouwd en ze begonnen zich zelf begijnen te noemen.
Een tweede verklaring is dat er in een van haar eerste levensbeschrijvingen staat dat Begga na de dood van haar man “ haar paleys ende weerlijck hof in een gheestelijck hof en de vergaderinghe verandert heeft” waarvan men dan later begijnhoven gemaakt heeft.

Aanroepen tegen :

spraakstoornissen, reuma, botbreuken, stotteren (ook al weer omwille van de klankovereenkomst met haar naam het Franse bégue betekent immers stotteraar, hakkelaar)

Afbeelding en attributen :
  • als een vorstin, als een abdis met een habijt ze houdt meestal een abdissenstaf in de ene hand en een kerk met zeven torens in de andere hand
  • een kroon op haar hoofd, in een hand of aan haar voeten als teken van haar hoge afkomst komt ook voor, soms zelfs met drie kronen
  • de combinatie van een boek in de ene hand en een kerk in de andere komt ook voor
  • ze wordt ook afgebeeld met begijntjes onder haar mantel
  • evenals met de kip met de zeven kuikens
Begijnen en begijnhoven :begga5a

Begijnhoven zijn ontstaan in het begin van de 12de eeuw als reactie op de kerkelijke hiërarchie, de overdreven praal van de religieuze hoogwaardigheidsbekleders en de lakse kloosterbeleving evenals het grote vrouwenoverschot door de talrijke oorlogen en kruistochten in de middeleeuwen.
Niet alle dames wilden non worden of in een klooster intreden. Meestal woonden de begijnen in huisjes rond een gezamelijke kerk bij een ziekenhuis of leprozerie waar ze hulp verleenden.
Zij voorzagen in hun levensonderhoud door lichte handenarbeid of door hetgeen ze meebrachten van hun familie, ze maakten zich ook verdienstelijk in het onderwijs.
Dat zij ontsnapten aan de kerkelijke hiërarchie en hun buiten kloosterlijke vroomheid niet controleerbaar was, riep lange tijd bij de kerkelijke overheid verzet op. Eerst toen paus Honorius III hun beweging goedkeurde veranderde deze houding en werden ze aanvaard.
Tot in de 19de eeuw kende “ het begijn zijn “ een grote bloei, eerst vanaf het begin van de 20ste eeuw kwam de klad erin en omstreeks 1950 was het compleet gedaan met de begijntjes.
Vele Vlaamse steden hebben ondertussen hun begijnhoven gerestaureerd en het is zeker de moeite om ze eens te bezoeken.

Bronnen :

•“Vroom Vlaanderen” Jaak Venken, uitg ’t Kandelaartje Hasselt, 1999
•“Beschermheiligen in de lage landen “ Jo Claes, Alfons Claes, Kathy Vincke, uitg Davidsfonds Leuven 2006
•“ De heiligen” Stijn van der Linden, uitg Contact Antwerpen 1999 

Tekst: Johan P.

Terug naar boven

Naar lijst der heiligen van de maand