Onze sponsors
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow

SINT WILLIBRORDUS VAN UTRECHT

(St Willibrord, St Villibrordo, St Vilibrord)
Feestdag : 7 november

willibrordus6aLeven en legende :

Willibrord werd rond 658 geboren in Northunbrië (Engeland). Tijdens haar zwangerschap droomde zijn moeder dat de maan in sikkelvorm in haar mond afdaalde en haar binnenste verlichtte. Een priester interpreteerde deze droom als volgt: "deze baby is voorbestemd om de duisternis van het heidendom te verdrijven, draag goed zorg voor hem." Zijn moeder stierf echter erg jong.

Zijn vader trok zich terug in een klooster en vertrouwde de opvoeding van zijn toen zevenjarige zoon toe aan Wilfried abt van het klooster van Ripon.
Toen hij vijftien jaar was legde hij zijn gelofte af en vijf jaar later vertrok hij naar een klooster in Ierland. Hier studeerde hij ruim tien jaar en werd er ook tot priester gewijd. Samen met zijn medebroeders groeide bij hem de wil om de heidenen op het Europese vasteland te gaan bekeren.

In 690 verzamelde hij een elftal monniken rond zich zodat ze met twaalf waren, net als de apostelen en trokken ze per boot naar Europa. Zo belandden ze in de omgeving van Utrecht.
Hij wendde zich eerst tot Raboud, de heidense koning van de Friezen, maar deze moest niets hebben van het nieuwe geloof en joeg hem weg. Daarna wendde hij zich tot hofmeier Pepijn van Herstal. Koning Raboud en deze Pepijn lagen al jaren in oorlog. Pepijn wilde immers het Frankische rijk uitbreiden met het gebied van de Friezen. "Ga het geloof maar prediken, mijn manschappen zullen je beschermen" zei Pepijn. 

Stilaan wist Willibrord het vertrouwen van de Friezen te winnen, maar pas na de dood van koning Raboud lukte het beter. In Utrecht bouwde hij een klein kerkje en met zijn elf monniken begon hij een groot gebied (Holland, Zeeland, Friesland, Vlaanderen, Ardennen) te kerstenen. Op meerdere plaatsen hadden ze rustpunten waar ze een kerkje bouwde, dikwijls ontstond op deze plaatsen ook een klooster.

Ter ere van Willibrordus liet God vele wonderen plaatsvinden. Zo was hij eens met zijn metgezellen op predikingstocht in het Hollands kustgebied toen hun drinkwater op geraakte. Het was snikheet en nergens was drinkwater te vinden. Als een tweede Mozes sloeg Willibrordus met zijn staf op de grond en onmiddellijk ontsprong er een bronwillibrordus1a.

Toen hij eens in de omgeving van Susteren was liep hij met zijn medebroeders door de velden van een grootgrondbezitter. Vloekend en tierend joeg de eigenaar hen weg. Enkele van Willibrordus gezellen wilden tussen komen, maar Willibrordus hield hen tegen, hij wilde niet dat er gevochten zou worden. Maar God liet het daar niet bij, de volgende dag stierf de grondeigenaar plots aan een beroerte.

Gastvrijheid werd door Willibrord beloond. Eens kwam hij met zijn gezellen aan een kleine woning en ze wilden er even rusten. De bewoners gaven hen te drinken maar hadden slechts vier kleine kruikjes wijn in huis. Willibrord zegende de kruikjes en ongeveer 40 personen konden ervan drinken totdat ze geen dorst meer hadden.

Zelfs Vlissingen zou zijn naam te danken hebben aan zulk een wonder. Op die plaats aangekomen ontmoette hij twaalf bedelaars die om drinken vroegen. Willibrord gelastte een van zijn dienaren om hen te laten drinken uit één fles. De twaalf bedelaars dronken totdat hun dorst gelest was, maar de fles was nog niet leeg. Zo kreeg deze plaats de naam Flessingen, naderhand verbasterd tot Vlissingen, maar in het Frans heet het nog altijd Flesseinque en in het wapenschild van deze stad vindt men nu nog een zilveren fles op een rood veld.

In 695 werd hij door de paus tot bisschop gewijd.willibrordus2a

Een andere keer waren ze op hun tocht beland op een eiland in de buurt van Denemarken. De toenmalige Deense vorst moest niets hebben van het christendom. Om toch wat zieltjes te winnen had Willibrordus dertig slaven vrijgekocht.
Met zijn gezellen zaten ze samen op een boot toen het hevig begon te stormen en zij op een ander eiland aan wal gingen. De bewoners van dit eiland aanbaden een bron gewijd aan hun heidense god Fosite. Willibrord wilde zijn metgezellen en ook de slaven laten drinken van deze bron toen de inwoners hem waarschuwden: "Als je dit water aanraakt, wordt Fosite kwaad en zal zijn wraak vreselijk zijn, je mag ook geen dieren eten die aan de bron hebben gedronken want dan wordt je krankzinnig."
"Ik zal jullie laten zien dat hier helemaal niets van waar is," zei Willibrord en hij doopte de vrijgekochte slaven met het water van de bron waarna hij een feestmaal gaf.
De eilandbewoners wachtten in spanning op het ogenblik dat de vreemdelingen krankzinnig zouden worden, toen dit niet gebeurde waren ze stom verbaasd. Hierop lieten velen zich ook dopen tot christenen.

Toen in Trier eens de pest woedde in het klooster stapte Willibrordus onbevreesd van cel naar cel en zegende elke plaats met door hem gewijd water, daarna stierf er niemand meer van de pest.

Van de schoonmoeder van Pepijn van Herstal kreeg Willibrord een landgoed in de omgeving van Echternach. Daar werd een kloosterschool gesticht en kwam hij de laatste jaren van zijn leven dikwijls uitrusten. Daar stierf hij in 739 op tachtigjarige leeftijd.


willibrordusaIn zijn testament stond dat men zijn gouden kelk, zijn bisschopsstaf en de relieken van de heiligen Oswald en Sebastianus, alsook een pijl rood gekleurd met het bloed van deze H Sebastianus in het klooster van Echternach moesten bewaard blijven. Willibrord had deze relieken gekregen van paus Sergius toen hij eens in de beginjaren van zijn prediking in Rome de pauselijke goedkeuring was gaan vragen.

In Echternach ontstond een grote verering voor deze heilige. Sinds de 13 de eeuw wordt er jaarlijks op de dinsdag na Pinksteren de beroemde " springprocessie " gehouden. Op de maat van traditionele muziek gaan de deelnemers drie stappen vooruit en daarna twee stappen achteruit. Zo legt men 1200 meter af van de brug over de Sauer-rivier naar het graf van Willibrordus in de kathedraal van Echternach. Zo doet men boete of roept men de hulp van de heilige af vooral tegen zenuwziekten. Dit had onafgebroken plaats tot in 1777. In 1802 werd het gebruik in ere hersteld.

Patroon van:

bakkers, bierhandelaren, herbergiers, (omwille van de vele bronnen die hij deed ontspringen ) dansers (omwille van de springprocessie)

Aanroepen tegen:

zenuwziekten, epilepsie, kinderziekten, de pest, koorts, huidziekten. 

Afbeelding en attributen:
  • als bisschop met een kruisstaf of de kromstaf , een wijnvat of kruik en een ontspringende bron aan zijn voeten
  • als bisschop met een kerk in zijn hand
  • als monnik met in de omgeving van zijn schouder ( het is de zoon van Karel Martel die hij gedoopt heeft)
  • met afgodenbeelden die hij stuk gooit.
Bronnen:

•"Sanctus, meer dan 500 heiligen herkennen." Jo Claes, Alfons Claes, Kathy Vincke, uitg. Davidsfonfs, Leuven, 2002
•"Heilig in de lage landen." Ludo Jongen, uitg. Davidsfonds Leuven, 2005 -
•"Vroom Vlaanderen." Jaak Venken, uitg.' Kandelaartje, Hasselt ,1999 -
•"Alle heiligen." Ghislain Truyens, Raymond Rutten , uitg. Book & Media publishing ,2001
•"De heiligen.", Stijn Van der Linden, uitg. Contact, Antwerpen 1999
 

Tekst: Johan P.

Terug naar boven

Naar lijst der heiligen van de maand