Onze sponsors
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow

SINT GUMMARUS VAN LIER.

(St.-Gommarus, St.-Gommaar, St.-Gomaar,
St.-Gommaire, St-Guntmar, St.-Gomaro)
Feestdag : 11 oktober.

Gommarus 4aLeven en legende:

Gummarus werd in het begin van de 8ste eeuw geboren te Emblem (bij Lier) uit een aanzienlijk adellijk geslacht van het land van Rijen. Na een opleiding in deugd en godsvrucht zonden zijn ouders hem naar het hof van Pepijn de Korte. Op korte tijd maakte hij er carrière en klom op tot hofridder.
Op aanraden van Pepijn de Korte huwde hij met Grimmara een hardvochtige en kwaadaardige vrouw. Terwijl Gommarus aan het hof zijn koning diende beheerde zij zijn landgoed. Zij was zeer streng voor haar onderhorigen, dikwijls werden ze bij het werk als echte last- of trekdieren gebruikt.
Eens waren de landlieden de oogst aan het binnenhalen onder een schroeiende zon en Grimmara weigerde de dorstige dienaren drinken te geven, daarop deden deze een beroep om Gummarus die toevallig even thuis was.

Deze stak zijn staf in de grond en deed een bron ontspringen zodat ze voortaan aan deze bron konden drinken. Eens had een vrouw die op een akker moest werken haar kindje meegebracht en het aan de rand van de akker te slapen gelegd. Het kind sliep met open mond, een slang kroop in de mond van het kind dat dreigde te stikken. Op het geweeklaag van de vrouw kwam Gummarus toegelopen, hij vatte de slang bij de staart en trok ze langzaam naar buiten. Meteen kreeg het kindje weer kleur en begon terug te ademen. Grimmara was onder de indruk van dit wonder en gedroeg zich een tijdje als een normale vrouw, maar toen Gummarus weer langer wegbleef kreeg haar slecht karakter weer de bovenhand.

Toen ze weer eens te streng geweest was voor haar dienstpersoneel werd ze gestraft door God ze werd zelf gekweld door dorst, in haar begon het te gloeien alsof ze in brand stond. Hoe meer ze dronk hoe feller de brand oplaaide, ze dacht dat ze ging sterven en liet Gummarus ontbieden. Deze kon, in al zijn goedheid, niet aanzien hoe fel zijn vrouw leed. Hij schepte een handvol fris water en liet ze daarvan drinken zodat ze aanstonds genas.

Toch kwam Grimmara niet tot inkeer. Gummarus kon het niet meer aanzien hoe er geen beterschap kwam in het gedrag van zijn vrouw en liet zich van haar scheiden. Toen Grimmara weer eens haar volk slecht behandelde en ze aan de oever van de Nete kwam werd de grond wak onder haar voeten. Ze schreeuwde om hulp maar niemand hoorde haar, ze zakte langzaam weg in het moeras.Gommarus 2a

Na acht jaren dienst aan het hof besloot Gummarus op pelgrimstocht naar Rome te gaan. Samen met enkele getrouwen ging hij op pad. De eerste nacht hielden ze halt aan de boord van de Kleine Nete om er te overnachten.
Zijn mannen kapten een boom om, om hun tenten te ondersteunen, maar plots kwam de eigenaar van de boom luid protesteren. Gummarus suste de man, legde de stukken van de boom tegen mekaar, omgorde ze met zijn gordel, deed in een gebed beroep op de Heer, en plantte de boom terug op zijn plaats.
’s Anderendaags was de boom weer aaneengegroeid en zou volgens de legende nog 400 jaar oud worden. De gordel wordt nog altijd in Lier bewaard.

’s Nachts kreeg Gummarus het bezoek van een engel die hem het bevel gaf een kerkje te bouwen op de plaats waar hij de nacht had doorgebracht. Gummarus gelastte daarop zijn reis naar Rome af.
Hij bouwde er een kerkje en een kluis. Voortaan bracht hij daar de grootste tijd door en leefde er als een kluizenaar.

Op deze plaats zou later de stad Lier ontstaan zijn. Hij liet doofstommen weer spreken en de legende vertelt “ ze spraken niet alleen Nederlands maar ook Latijn.” In die tijd leefde ook de heilige Rumoldus. Af en toe zochten deze vrome mannen elkaar op.
Op zekere dag staken beide mannen hun stok in de grond. Deze begonnen te groeien en werden twee prachtige eiken. De plaats waar dit gebeurde noemt men nu nog “Santeneik”.

Gommarus 1aGummarus overleed te Emblem op 11 oktober in het jaar 775. Terwijl zijn vrienden overlegden waar en hoe ze Gummarus zouden begraven, verscheen de heilige zelf in zijn zelfgemaakt kerkje aan een non Mechtildis en verzocht haar er te willen voor zorgen dat hij in zijn eigen kerkje zou begraven worden. De non verzuimde de boodschap over te brengen omdat ze er niet van overtuigd was dat ze de heilige daadwerkelijk had gezien. Maar de heilige verscheen haar tot driemaal toe. De laatste keer legde hij zijn hand op haar wang, op de plaats van de aanraking bleef de afdruk achter van zijn vijf vingers. Pas toen vertelde de non wat haar overkomen was en besloten de mensen het lijk over te brengen naar het kerkje. Doch dat ging niet gemakkelijk, het lichaam was zo zwaar dat het onverplaatsbaar was. Plots daagde de varkenshoeder van Gummarus op, hij had hem nog geholpen bij het bouwen van het kerkje. Hij nam het lichaam op en legde het in een bootje op de Nete. Zonder stuurman of roeier dreef het bootje af naar het kerkje.
Gummarus werd er begraven en eerst 40 jaar later werd zijn lichaam opgegraven en bijgezet in een nieuw gebouwd klooster. De Noormannen die op hun rooftochten veel vernielden wilden ook het klooster en de stad Lier in brand steken. Het vuur wilde echter maar niet branden en de Noormannen kregen allerlei ziekten zodat ze moedeloos afdropen. Zo beschermde Gummarus zijn kerkje en de stad Lier.

Patroon van:

doofstommen, houthakkers, houtbewerkers, handschoenmakers.

Aanroepen tegen:

breuken, huwelijksproblemen, kwade en slechte vrouwen, bij scheidingen, tot verbetering van het spraakvermogen.

Attributen en afbeeldingen:
  • in adellijke kledij, soms met hermelijnen mantel of muts, een pelgrimstaf in de hand.
  • als officier, aan zijn voeten ontspringt een bron.
  • terwijl hij zijn gordel rond de boom doet en deze terug doet groeien.
Bronnen:
  • "Vroom Vlaanderen .” Jaak Venken, uitg. ’t Kandelaartje 1999
  • "De heiligen.”, Stijn van der Linden, uitg. Contact, Antwerpen 1999
  • "Dagkalender van alle heiligen.” Ghislain Truyens, Raymond Rutten, uitg. Book & Media Publishing 2001.
  • "Sanctus, meer dan 500 heiligen herkennen.” Jo Claes, Fons Claes, Kathy Vincke, uitg. Davidsfonds 2002

Tekst: Johan P.

Terug naar boven

Naar lijst der heiligen van de maand